Puzzel

Wish away your nightmare, wish away the nightmare
You got a light, you can feel it on your back

A light, you can feel it on your back
Jigsaw falling into place (Radiohead)

Het Dinarica project ontstond toen ik met heimwee terug dacht aan mijn fietstocht van afgelopen zomer. Ik wilde toen de ‘hoogste route’ van Amsterdam naar Istanbul fietsen, maar strandde in Montenegro. Daar heb ik, samen met twee vriendinnen, mijn vakantie afgesloten met een road-trip van Cetinje naar Sarajevo.

Het was een ontzettend mooie en indrukwekkende tocht, maar ik kon niet zeggen dat ik was opgeladen. Ik was nog niet klaar. Ik was relatief kort in de Balkan. En terwijl ik daar was, zat ik heel erg in mijn hoofd. Onrust, vermoeidheid en huilbuien kregen langzaamaan de overhand. De vrijheid die ik altijd nastreef ging eigenlijk toen al verloren.

Na een treinreis van vier dagen kwam ik aan op Amsterdam Centraal. Maandagochtend, 11.00 uur. Ik had geen tijd om naar huis te gaan om me op te frissen of te verkleden. Geen tijd om mijn spullen uit te pakken en te acclimatiseren. Ik moest direct door naar mijn werk. De overgang was bizar.  Twee maanden lang had ik bijna iedere dag in de brandende zon op mijn fiets gezeten en nu was ik terug in het natte, druilerige Nederland op weg naar mijn werk. Het contrast had niet groter kunnen zijn.

Voor het eerst kreeg ik het gevoel dat ik niet meer perse in Amsterdam hoefde te wonen. Ondanks dat ik hier van alles heb dat me heel erg blij maakt, begon er iets te knagen.

Wat wil ik nou eigenlijk? Genieten? Leven in het moment? Maar juist dit begon me te ontglippen. Ik werd steeds somberder naarmate ik langer terug was. Ik begon slechter voor mezelf te zorgen en had niet echt meer plezier in de dingen die ik deed. Allerlei vragen spookten door mijn hoofd. Ik probeerde te analyseren en te begrijpen waarom ik me zo voelde, ik heb het toch zo ontzettend goed? Waarom ben ik niet gewoon tevreden? Daar voelde ik me vervolgens weer schuldig over, ik vond dat ik helemaal niet het recht had om te klagen.

Dus ging ik door. Al snel slokte het Amsterdamse leven me volledig op. Het leek alsof ik alleen maar verplichtingen had. Ik voelde me verantwoordelijk ten aanzien van mijn werk en probeerde al mijn sociale contacten te onderhouden. Tegelijkertijd begon ik steeds meer aan mezelf te twijfelen. Ik snapte eigenlijk niet wat al die mensen om me heen in mij zagen.

Het liefst trok me terug in mijn huis, in mijn hoofd, in mijn wereld. Zo was ik niemand tot last, meende ik. Zo kon ik bovendien de achterstallige klusjes die me altijd maar bleven achtervolgen, afmaken. Afvinken, dat gaf voldoening. Ik kreeg steeds meer stress, omdat ik niet gedaan kreeg wat er moest gebeuren. Sterker nog, er kwamen alleen maar meer dingen bij. Deels lag dit buiten mij en kon ik er geen invloed op uit oefenen, maar ik legde mezelf ook van alles op. En natuurlijk stelde ik mezelf steeds meer teleur, omdat ik niet aan mijn eigen eisen voldeed.

Gelukkig kon ik hier met vrienden over praten. Ik vond het schrikbarend voor hoeveel mensen mijn verhaal herkenbaar was. Veel leeftijdsgenoten worstelden met dezelfde gevoelens of hadden eerder zo’n periode meegemaakt. Ze gaven me tips en adviezen en waarschuwde me voor valkuilen. Ik had door dat ik in die valkuilen aan het vallen was, maar het lukte me niet om hier iets aan te doen. Dit maakte de frustratie alleen maar groter.

Ik voelde me steeds machtelozer, maar ik liet het zelf gebeuren. Ik raakte verstrikt in mijn eigen gedachtes, verstrikt in en met mezelf. Ik wilde zo graag mijn vitaliteit terug, ik wilde best aan mezelf werken en de confrontatie aan gaan. Ik had er alles voor over om te voorkomen dat dit ‘after vakantie dipje’ een depressie of burn-out zou worden. Maar misschien door dit allemaal te graag te willen, werd het moeten. Moeten en vinden dat ik dat zou horen te kunnen. Op z’n minst.

Langzamerhand werd ik me bewust van de signalen van mijn lichaam. De duizelingen, het suizen en bonzen, benauwdheid en die altijd en eeuwige vermoeidheid. Ik sliep slecht, had last van eetbuien en barstte bij het minste of geringste in huilen uit. Ik voelde me emotioneel labiel en had niet het idee dat ik de Eva was die altijd was geweest. Of die ik wilde zijn. Ik voelde me afwezig en leeg. Terwijl mijn lichaam wel fysiek aanwezig was en deed wat er moest gebeuren, leek ik er zelf niet meer bij te horen. Het was alsof ik van een afstandje naar een versie van mezelf keek waar ik me niet meer mee kon identificeren.

De stress werd steeds erger, ik kon helemaal niets meer hebben. De dingen die ik een maanden geleden geweldig had gevonden en me energie gaven, waren nu een opgave. Ik kon geen enthousiasme meer opbrengen voor mijn werk, vrienden, sporten of andere hobby’s. Ik zat aan mijn tax.

Hoe ga ik dit oplossen, bleef ik mezelf maar afvragen. Had ik gewoon een schop onder m’n kont nodig? Of moest ik om hulp vragen? Ik besloot naar de huisarts te gaan. Hij verwees me door naar de praktijkondersteuner met wie ik kon praten.

Hoewel ik me er bewust van was dat het niet goed ging, vond ik het moeilijk om dat te erkennen. Ik voelde me schuldig en vond het belachelijk. Het kon allemaal zoveel erger, ik zit gewoon een beetje met mezelf in de knoop. Daar hoef ik toch geen psycholoog mee lastig te vallen, wierp ik tegen.

Van de zomer zei iemand tegen me (nadat hij mijn handen had gelezen!) dat ik niet in mijn gevoel stond. Dat ik niet bij mijn gevoel kon komen en dat ik nog zoekende was. Ik was verontwaardigd, omdat ik me juist ontzettend goed voelde. Bovendien kende ik deze man net een uurtje en was hij om acht uur ’s ochtends nog of alweer dronken. Maar kinderen en dronken mensen spreken de waarheid, zeggen ze.

Ik hoor wel vaker dat ik meer moet luisteren naar mijn gevoel. Dat ik teveel in mijn hoofd zit en dat ik niet altijd alles moet rationaliseren. Terwijl ik zelf het idee heb dat ik erg gevoelig ben en juist op mijn gevoel af ga. Maar dat bedoelen ze niet. Luisteren naar je gevoel zit binnenin, in je lichaam, in jezelf. Luisteren naar jezelf. Dat doe ik inderdaad niet. Dat is iets dat ik altijd heel moeilijk heb gevonden, omdat ik mezelf niet zo hoog heb zitten. Waarom zou ik luisteren naar iemand die continue aan zichzelf twijfelt?

Toen er gisteren weer iemand naar mijn fietstocht vroeg, merkte ik dat ik er eigenlijk helemaal niets over wilde zeggen. Het stond me tegen. Pas toen het gesprek ging over waarom ik toch zo weg was van de Balkan, begon ik iets te voelen. Ik vertelde dat ik van plan was om komende zomer de Via Dinarica te lopen. Tot mijn verbazing voelde ik iets positiefs. Iets van enthousiasme of passie borrelde naar boven. Met een glimlach op mijn gezicht bedacht ik me dat dit wellicht zo’n gevoel was waar ik naar moest luisteren.

Vanmorgen werd ik heel vroeg wakker. Het was nog donker buiten, maar ik kon absoluut niet meer slapen. De Via Dinarica zat nog steeds – of alweer – in mijn hoofd. Een brainstorm aan fantasieën en ideeën joeg me het bed uit. Ik moest dit in mijn dagboek vast leggen, dacht ik ongeduldig.

Zo begon ik aan mijn puzzel. Ik probeer de stukjes op zijn plaats te krijgen, maar ik heb geen voorbeeld. Ik voel me een kaartenmaker van de kaart die ik dit moment gebruik om de weg te vinden. Wel ontstaat er iets, groeit er iets, dat me kracht en vertrouwen geeft. Ik weet dat ik iets wil, maar ik ben bang. Ik weet nog niet precies waarom en waarvoor. Ik weet ook nog niet hoe ik het ga doen, maar ik leef op bij de gedachte eraan. Het is meer dan een trektocht, een avontuur of een uitdaging. Ik zie het als een project. Mijn ‘hapiness project’ of het EVAdinarica Project.


Geef een reactie