Soriška Planina

Vrijdagochtend 24 juli ’15

Vanuit het plaatsje Bohinjska Bistrica fietste ik over een rustige weg door de bossen omhoog. Ik was al vroeg vertrokken zodat ik genoeg tijd zou hebben voor de ‘scenic route’. Andere vakantiefietsers die ik op de camping tegen kwam, vermeden het klimmen en namen het fietspad langs de rivier. Ik vermeed de andere vakantiefietsers dus nam ik de pas. De laatste klim voor Ljubljana, dacht ik uit de kaart op te maken. Een naïeve gedachte, want routes uitstippelen en die vervolgens vinden, was niet mijn sterkste kant. Net zo min als fietsen onder tijdsdruk dat was. Of tijdsdruk in het algemeen. Ik probeerde los te komen van dat gejaagde gevoel, maar merkte tot mijn frustratie, dat het de kop op bleef steken. Misschien juist wel, omdat ik zo hard probéérde. Vandaag had ik de plaats van bestemming gepland, omdat ik tegen het einde van de middag Suzanne daar zou ontmoeten. Ik voelde de druk.

Ondanks dat ik ’s morgens inmiddels behoorlijk geroutineerd was, had ik toch zeker een uur nodig om mijn ochtendritueel af te werken. Opstaan, douchen, telefoon opladen, ontbijten, afwassen, tent afbreken, spullen op de fiets, kilometerteller op nul en ‘Strava aan‘. Dit kostte tijd. Natuurlijk zou ik op mijn gemak aan de dag kunnen beginnen. Een kopje koffie, wat rekken en strekken, mediteren, maar voor alsnog had ik de rust daarvoor niet kunnen vinden. Bovendien waren de ochtenduren het prettigst om te fietsen, omdat de zon later op de dag meedogenloos fel scheen. Deze zomer was extreem warm, een aaneenschakeling van hittegolven, overal in Europa.

Vier weken eerder vertrok ik, van top tot teen in regenkleding gestoken, vanuit Amsterdam. Een paar dagen later haakte Elise in Luxemburg aan, ook in een volledig waterproof outfit. De eerste uren die we samen fietsten, zijn we zo door en door nat geregend dat ik me niet voor kon stellen dat mijn spullen ooit nog droog zouden worden. Nog geen vier dagen later begon de hittegolf en zijn we in onze bikini’s door de Alpen gefietst.

In Briançon scheidde onze wegen zich. Elise fietste door naar Nice en ik was van plan om naar Istanbul te fietsen. Helaas had ik niet onbeperkt de tijd dus stond ik voor het dilemma: kilometers maken of zwetend en zwoegend bergpassen bedwingen. Ik koos voor het laatste en zette Istanbul uit mijn hoofd.

Terwijl het nog niet eens tien uur was, voelde ik mijn maag alweer knorren. Hiermee kwam de gebruikelijk stroom van gedachtes en gesprekken met mezelf op gang. Moet ik dan echt nu al gaan stoppen voor een tweede ontbijt? Kom op zeg, je zít net! De pan havermout die Elise en ik eerst samen deelden, at ik nu met gemak in mijn eentje leeg. Alsnog kreeg ik twee uur later weer honger. Inmiddels maakte ik dus een extra portie voor een tweede-ontbijt-stop. Even doorfietsen, eerst 25 kilometer op de teller spoorde ik mezelf aan. Ik probeerde niet aan eten te denken, maar aan iets leuks. Het zou wel tof zijn om Suuz deze omgeving te laten zien, drie dagen in Ljubljana rondlopen is waarschijnlijk wat teveel van het goede. Misschien de moeite waard om uit te zoeken of je hier met de bus of trein kan komen. Dan kunnen we misschien nog een wandeling in het Triglav National Parc maken. Ik was eigenlijk al dagen aan het fantaseren wat Suuz en ik konden gaan doen. We zouden een auto kunnen huren en misschien zelfs ergens een nachtje kunnen kamperen. Een mini roadtrip door Slovenië, waar we de bezienswaardigheden die ik nu voorbij fiets, samen kunnen bezoeken. Dat zou fantastisch zijn!

In gedachten verzonken bereikte ik de col, Bohinjsko Sedlo. Het was inderdaad een soort zadel, een vlakke, langwerpige top met aan beide kanten bomen. Hoge bomen, dus geen uitzicht. Mij was beloofd dat je vanaf deze plek de zee en het meer zou kunnen zien. Helaas. Een stukje verderop stond een bord met een grote pijl die naar de berghut, Litostrojska koča wees. In de hoop daar koffie te kunnen drinken, begon ik mijn fiets over de onverharde weg omhoog te duwen.

Ik trof een leeg terras, gelegen aan de voet van een stilliggende stoeltjeslift aan. Een grote, uit hout gesneden, bruine beer heette je welkom op Soriška Planina. Ik kon nergens uit opmaken of de hut überhaupt open was, maar de picknicktafels lokte me het terras op. Een groot verschil met de toeristische badplaatsen in het dal, waar ik de vorige avond een tafel met drie stelletjes had moeten delen. Hoewel het misschien meer een skihut dan een berghut was, vond ik het een sympathieke plek. Het was knullig en sfeervol.

Verbaasd kwam de vrouw des huizes op me af, ze had nog geen gasten verwacht. Die avond zou er een muziekfestival zijn, of ik niet wilde blijven. Ze wees naar het eindpunt van de stoeltjeslift. Daar zou ik inderdaad zowel het meer als de Adriatische zee kunnen zien. Twee redenen om de middag ‘vrij te nemen’. Wat dat betreft reageerde iedereen hetzelfde, onbegrijpelijk dat ik, uit Amsterdam was komen fietsen. Alleen. Was ik dan niet bang? Vervolgens werd ik altijd met open armen ontvangen. Hoe verder oostelijk ik kwam, hoe gastvrijer de mensen werden.

Ik legde uit dat ik naar Ljubljana ging, waar ik met een vriendin uit Nederland had af gesproken, dat ik anders absoluut was gebleven! Ik zag het eigenlijk wel zitten om de de rest van de middag met een boek op de bank te liggen. Stilletjes nam ik me voor om terug te komen, misschien zelfs wel de volgende dag, als ik een auto kon regelen…

 


Geef een reactie