“Simoni Kafe” en het ultieme geluk

Mijn dagen lijken vooralsnog uit een aaneenschakeling van ontmoetingen in cafés en barretjes te bestaan. Ik vraag om een beetje water en krijg er een gesprek met een kop koffie bij.

In Valbona heb ik een aantal nachten bij Quku i Valbones gekampeerd, een prachtig mooie plek aan een stroompje, naast een meertje met hoge bergen rondom. Terwijl ik mijn geleende tent opzette (thanx Aaron, ’t is een fantastisch mini huisje!), besefte ik me dat het bijna een jaar geleden was dat ik in een tent heb geslapen. En dus ook een jaar geleden dat ik op vakantie ben geweest. Ongelooflijk, er is echt iets mis gegaan afgelopen jaar ;-).

Om de overgang wat te verzachten, stond ik het mezelf toe om op het terras van restaurant Rilindja een kopje koffie te bestellen terwijl ik de kaarten bestudeerde en de route verder uitstippelde. Zo kwam ik al snel in contact met twee andere wandelaars, het Australische koppel Alaistair en Vivien. Zij liepen stukken van Peaks of the Balkans, afgewisseld met eigen improvisatie, geadviseerd door Alfred.

cuki_i_valbona_mapping_the_route_albania
Route uitstippelen

Samen met de Australiërs maakte ik de volgende dag een tourtje met (halve) bepakking, niet zozeer als test, maar eerder om mijn lichaam op de hoogte te stellen van wat het de komende weken, maanden te wachten staat. Eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat die rugtas zo’n impact zou hebben. Ik kan me niet herinneren ooit zoveel spierpijn tíjdens het lopen gehad te hebben. Mijn kuiten stonden brand, mijn billen gloeiden en zelfs mijn quadriceps begonnen halverwege de tocht te protesteren. Enerzijds goed, ík weet nu ook beter wat me te wachten staat en kon een dagje bijkomen en herstellen. Anderzijds baarde het me wel zorgen, ik kan zo meteen moeilijk om de dag rusten, hoe gaan mijn spieren t doen? Kan ik dit wel?

Het antwoord is “Ja natuurlijk kan je het!” en ik probeer erin te geloven. Ik heb al zo vaak gezegd dat ik het rustig aan doe, maar ik geloof dat ik nu pas inzie wat dat betekent. Echt rustig aan doen, is niet alleen langzaam, maar ook niet te lang doorgaan. Dat is de enige manier waarop ik het, zonder kapot te gaan, kan doen.

Zodoende plande ik de eerste dag om halverwege Valbona en Theth te bivakkeren. Vivien en Alaistair vertelden me over een barretje met een ontzettend vriendelijke, engelssprekende man waar zij hun tent konden opzetten. Klonk als een mooie eerste etappe; barbivak.

Via_dinarica_white_trail_valbona_albania
Simoni Kafe

De zon komt ontzettend vroeg op en gaat onverwachts vroeg onder. Mijn ritme is zich aan het verschuiven. Ik word wakker wanneer het licht wordt, maar blijf nog even liggen, omdat ik nog niet naar bed ga wanneer het donker wordt.

Vandaag was ik nerveus toen ik wakker werd, “vandaag ga ik beginnen, vandaag ga ik beginnen.  Whaaa, ja echt!” Rustig aan mijn spulletjes gepakt en geprobeerd een verhaal af te schrijven, maar daar was ik natuurlijk te onrustig voor. Toen ik een lift kon krijgen naar het einde van de asfaltweg,  sprong ik op en van het ene op het andere moment was ik weg.

Ik was bij een echtpaar uit Kosovo in de auto beland, zij waren op zoek naar hun nicht die vanuit de VS een paar weken terug was gekomen om familie te bezoeken. Ze zou ergens in de vallei moeten zijn, maar ze hadden geen idee waar. Er zal een goede reden zijn geweest waarom ze elkaar niet konden bellen en er een nieuwe strategie verzonnen moest worden. Hun tactiek was nu om bij ieder café, restaurant, guesthouse, hotel langs te gaan om te vragen of hun nicht daar wellicht was gesignaleerd. Helaas voor hen niet succesvol, maar ik had in ieder geval elke kroeg in Valbona gezien én ik was op de plaats van bestemming. Mijn beginpunt, het einde van de asfaltweg.

Vanuit daar liep de route het eerste stuk langs een gemarkeerde 4 wheel drive track, maar die verloor ik al snel uit t oog. (Ja, echt.) Na vier keer dezelfde rivier over te zijn gestoken, checkte ik mijn gps. Geen man over boord, beetje afgedwaald, maar ik lag nog op koers. Voor de zekerheid navigeerde ik mezelf toch maar terug naar de gemarkeerde route en verliet de rivierbedding.

Onderweg verzamel ik informatie en sla dat op in mijn gps. Later zal ik deze gegevens verwerken en in Outdooractive zetten. Terwijl ik een “waymark” van een waterpomp aan t maken was, werd ik door een vrolijke man het café binnen gewenkt. Hoewel ik nog maar net op pad was en nog nauwelijks een stap had gezet, werd ik vol bewondering naar de tafel gebaard. De mannen wilden voelen hoe zwaar mijn tas was en de enige vrouw in het gezelschap begon een praatje. Het bleken Griekse hikers uit Thessaloniki te zijn die me enthousiast vertelden over de Olympos. Ze probeerden me over te halen Maja Jezerce met hen te beklimmen, maar mijn besluit lag vast, geen steile sneeuwhellingen op FiveFingers.

Na de stop bij het barretje kon ik niet direct de markering terug vinden en besloot een lieflijk wandelpad langs een stroompje te volgen. Het was een overduidelijk veel gelopen route, helaas vooral te zien aan de hoeveelheid afval dat overal in de bossen verspreid lag. Blikje, flesjes, plastic. Onbegrijpelijk. Ondertussen had ik wel door dat ik niet meer op de route naar de Valbona pas liep, maar dat ik hoogst waarschijnlijk naar de waterval was afgeslagen. Ook leuk, maar geen doorgaande route.

Eenmaal terug op het gemarkeerde pad begon het klimmen opnieuw. Steile bospaadjes afgewisseld met klauterpartijen over rotsblokken en watertjes. Overal bloemen en kruiden met de bijbehorende beestjes en insecten. Ik ben stiekem een beetje trots dat ik daar steeds meer aan gewend raak. Niet dat ik de vliegen die op mijn zwoegende, zwetende lichaam afkomen op prijs stel, maar ik kan ze steeds beter negeren.

Terwijl de straaltjes zweet vermengd met zonnebrand over mijn gezicht dropen, begon de lucht donkerder te worden. De wolken stapelden zich op en begonnen er steeds dreigender uit te zien. Soms vermoed ik dat het weer een spel met me speelt. Alsof mijn gemoedstoestand wordt aangevoeld en vervolgens gevoed door er wat wind en regen tegenaan te gooien. Een beetje bezorgd keek ik naar de bomen langs het pad die duidelijk door de bliksem geraakt waren. Op het pad was ik kwetsbaar, bovendien ging ik tergend langzaam, omdat ik voortdurend moest stoppen om de brand in mijn benen te blussen. Het bordje “Kaffe Simoni” kwam dan ook als een geschenk uit de hemel.

Dankbaar strompelde ik naar het barretje toe. Dit bleek de plek te zijn waar de Australiërs me over hadden verteld. Ik had mijn doel bereikt. Door het skippen van de asfaltweg had ik aanzienlijkminder ver gelopen, maar de andere optie was nog twee uur klimmen in dubieus weer zonder het uitzicht of vooruitzicht op een goede bivak. Ik besloot te blijven, zette mijn tent op en raakte aan de praat met Gjovalin.

Gedurende zomermaanden woont Gjovalin met zijn vader in een hutje naast de bar, middenin de bergen. Al het proviand en de blikjes drinken wordt te voet met paarden omhoog gebracht. Vanuit Theth, waar ze vandaan komen, is het zeker drie tot vier uur lopen. Ze houden er een leuk extraatje aan over, maar een vetpot is het niet. Voor de hongerige wandelaar hebben ze allerlei lokale producten zoals schapenyoghurt, kaas, vlees. Er is geen menu, maar met liefde wordt er een maaltijd met wat er op moment voorradig is, voor je klaar gemaakt.

Het is lastig dat ik niet overal drankjes kan kopen, maar wel een glas water kom drinken. Mijn budget staat t niet toe om een maaltijd te nuttigen, maar ik wil wel blijven slapen. Vreemd genoeg schijnt het ze niet te deren. Zodra er een gesprek op gang komt krijg ik koffie aangeboden en verander ik van klant in gast.

Is het contact met mensen belangrijker dan geld verdienen? Willen ze geen geld aan “vrienden” verdienen of komt het doordat ik een meisje alleen ben? Ik hoop dat ik niet over kom als een profiteur. Het is zeker geen strategie om niet te hoeven te betalen, dat zou vreselijk oneerlijk zijn. Ik heb nog altijd meer te besteden, of in ieder geval heb ik een beter financieel perspectief.

Ik begrijp wel dat als beide partijen plezier beleven, als een ontmoeting of een kennismaking voor allebei iets “oplevert”, dat dat moment verpest kan worden op het moment de klant gaat betalen. Alsof het goede gesprek te koop was, deel van de service. Geld maakt de koffie minder persoonlijk. Zo voelt het voor degene tegenover me wellicht ook vreemd om mij te laten betalen, omdat ons dat weer ongelijk maakt en de interactie minder speciaal.

Via_Dinarica_White_Trail_Simoni_Albania_kafe
Kafe Simoni

Gjovalin en zijn vader waren ontzettend nieuwsgierig en geïnteresseerd. Ze stelden vragen over de spullen die ik mee had, over mijn familie, Nederlandse tradities, de Nederlandse arbeidsmarkt en natuurlijk waarom ik aan het wandelen was. Alleen. Ook zij hadden nog niet van de Via Dinarica gehoord. In deze regio is het de Peaks of the Balkan trail waar zo ongeveer op iedere straathoek een overzichtskaart van hangt. Elke wandelaar met rugzak wordt voor een “Peaks hiker” aangezien. Op zich niet erg, want ik heb daarmee meteen iets nieuws te vertellen.

Toen ik Gjiovalin vroeg wat hij zou doen als hij op vakantie kon, zei hij in eerste instantie dat hij in de winter “alle dagen vakantie” had. Vrij snel kwam hij daarop terug en legde uit dat hij weliswaar vrij is, maar dat dat door gebrek aan werk komt. Dat voelt anders dan vakantie. Hij kan de gehele winter niets van betekenis doen. Dus als hij de mogelijkheid zou hebben, zou hij naar het buitenland gaan en daar werk zoeken. Simpel werk in een restaurant of supermarkt. Voor hem was dat de ultieme besteding van zijn vrije tijd. Werken, jezelf nuttig maken, je ontwikkelen, ontplooien en daarbij aan het einde van de maand er nog wat geld aan over houden.

Hij sprak niet over reizen of avontuurlijke tochten. De mogelijkheid jezelf te kunnen onderhouden was voor hem het streven. Het ultieme geluk. Dat zette me aan het denken, want als zijn ultieme geluk neem ik als vanzelfsprekend. Sterker nog, het wordt van je verwacht, zo worden we opgevoed, je moet leren jezelf te kunnen onderhouden. Het grote verschil zit in het feit dat dit in Nederland dan ook mogelijk is. Er is altijd wel werk te vinden, wat voor werk dan ook. En anders is er wel een vangnetje van de staat.

Hetgeen Gjovalin als ultiem geluk beschouwd is voor mij het uitgangspunt. Van daaruit ga ik me verder ontwikkelen en ontplooien. Het is een verschil in levensstandaard. Het maakt dat we ons moeilijk in elkaar kunnen verplaatsen, maar we kunnen ons wel in elkaar verdiepen. Elkaar vragen stellen en naar de antwoorden luisteren. Een nieuwsgierige en open houding maakt dat we ondanks het feit dat we elkaar misschien nooit helemaal begrijpen, we ons wel verbonden kunnen voelen.

Zo begon mijn eerste loopdag met een een zoektocht naar een geliefd familielid, werd ik op lunch getrakteerd door de Griekse wandelclub en eindigde hij met een gesprek bij het kampvuur. Haha, misschien komt dit voor mij vrij dichtbij “het” ultieme geluk.

learn more ›


4 thoughts on ““Simoni Kafe” en het ultieme geluk

  1. K. Vosters Beantwoorden

    Bijzonder om je weer te treffen p je eerste dag… Veel geluk!

    1. EVAdinarica Project Beantwoorden

      🙂 Dank je!!

  2. Th Smeele Beantwoorden

    Heerlijk weer wat van je te horen Eva. Ik stuur dit verhaal door naar Gabriëlle.Kus oma.

  3. gabriëlle van dinteren Beantwoorden

    Wow, Eva, mooi om te lezen allemaal – ik vind ontmoetingen op trektochten vaak inspirerend, ineens kom je zulke andere en tegelijk vaak zulke vriendelijke mensen tegen – geniet ervan!
    gabriëlle (ps oma stuurt je posts door, omdat ik geïnteresseerd was, vandaar)

Geef een reactie