Mens erger je niet!

Ik loop van nationaal park naar nationaal park. De White Trail verbindt verschillende rotsmassieven en bergketens, overschrijdt kammen en passeert talloze meertjes.

Hoewel ik het gevoel heb dat ik niet veel afstand afleg, is het telkens weer indrukwekkend om terug te kijken waar ik vandaan kom. Dat het mogelijk is om hier een weg doorheen te vinden. Dat wat onmogelijk lijkt, toch keer op keer begaanbaar blijkt.

Ik ben me bewust van mezelf en van mijn lichaam. Ik neem continue de omgeving in me op en maak de hele dag door afwegingen. Dit is zo’n andere wereld. Het is nieuw en grillig, maar wonderschoon.

Ik ben niet perse bang voor onweer, omdat ik redelijk kan inschatten wat de risico’s zijn. Ik voel me steeds comfortabeler, maar ik zal niet ontkennen dat ik de wolken liever niet om half tien ’s ochtends al zie verschijnen. Ze baren me me niet zozeer zorgen, maar het beperkt me. Ze dwingen me de omgeving voortdurend te scannen naar eventuele schuilplekken. En helaas zijn die er maar weinig.

Sinjajevina
Sinjajevina

Noodgedwongen moet ik soms de route verlaten om een veilig onderkomen te zoeken. Dat vraagt stiekem meer vsn me dan ik hsd verwacht. Ik wil door, ik wil lopen, maar de natuur is sterker dan mijn onbelangrijke willetje. Uiteindelijk brengen de onvoorspelbare donderwolken behalve ergernis me in onvoorpelbare, grappige situaties.

Vanuit Mojkovac waar ik veel te laat vertrok, kwam ik al snel middenin in de wolken terecht. De gps track was weer eens onmogelijk begaanbaar, waardoor het me veel tijd kostte om een weg omhoog te vinden. Ik kon met geen mogelijkheid een pad vinden, dus heb ik me op puur doorzettingsvermogen een weg door de dichtbegroeide bossen weten te banen.

Op het moment dat ik wanhopig begon te worden en niet meer gemakkelijk terug kon, zag ik een lege plastic fles liggen. “Ha, hier zijn mensen geweest”, dacht ik optimistisch. Aangezien het zeer onwaarschijnlijk was dat die mensen dezelfde gps track probeerden te volgen, hoopte ik dat er toch een ander pad in de buurt zou zijn.

Trekt het over?
Trekt het over?

Ik liet mijn tas achter, markeerde de locatie en ging op verkenning. Speurend naar mensensporen – afval – zag ik een gebouwtje dat aan een weg bleek te liggen. Jeej! Na een klein paniekmomentje toen ik mijn tas niet mee terug kon vinden, maar me hielp focussen, vervolgde ik mijn weg en bleek ik verbazingwekkend genoeg volgens mijn gps nog steeds op de paarse White Trail te lopen. Het was me een raadsel, want de weg waar ik me op bevond, liep dood. De track ging echt de onbegaanbare bossen in.

Deze weg, een ongeasfalteerde “dirtroad” bracht me terug op de bewegwijzerde CT-1 (Crna Gora transversale). Op de bordjes stond aangegeven dat Katun Ckara nog twee uur lopen was. Daar hoopte ik een berghut te vinden waar ik mijn tent veilig kon opzetten. Ondertussen bleef ik op de donkere wolken aflopen en rommelde de onweer angstaanjagend dichtbij. Het werd kouder en ik besefte me dat ik het niet zo leuk meer vond. Terug naar Mojkovac wilde ik voor geen goud, maar mijn tent langs de weg opzetten en het slechte weer over me heen laten komen, vond ook geen aantrekkelijk plan. Dus liep ik door.

Toen het ook achter me onophoudelijk begonnen te rommelen, werd het me teveel. Flitsen, regen, aanhoudende donders. “Waarom doe ik dit?” Ik stopte en keek om. Het lawaai leek zich over de weg te verplaatsen en kwam in de vorm van een ouderwetse, legergroene bestelwagen naar me toe gereden. Wild zwaaiend hield ik de auto staande. Vier gezichten keken me verwonderd aan, maar maakten direct plaats en tilden mijn zware tas in de wagen.

Ik probeerde hen duidelijk te maken dat ik naar de berghut wilde, maar zij probeerden op hun beurt mij iets duidelijk te maken wat ik niet begreep. “Spavanje”- slapen, was het enige dat ik uit de woordenbrei kon opmaken. Ik wist niet waar ze naartoe gingen en wilde niet teveel afstand met de auto afleggen. Ik wilde niet smokkelen. Een lift om mijn veiligheid te waarborgen was goed, maar ik was bang dat ze door naar Zabljak zouden rijden.

Op de col aangekomen, bleek dat daar inderdaad een Planinarski dom was. Zonder mensen en ik had natuurlijk geen sleutels. Wat nu? Daar kamperen? Was er water? Geen duidelijk antwoord. Verward keek het echtpaar me aan en maakten een slaapgebaar met hun handen naast een oor. Vervolgens wezen ze op zichzelf. Ik mocht bij hen thuis slapen.

Ok. Al wist ik niet waar dat was, alles was beter dan bovenop die col mijn tent in het noodweer op te moeten zetten. En hey, het was een nieuw avontuur. Evenals de hobbelige rit. Bij hun huis aangekomen bleek dat we hoogstens tien kilometer hadden afgelegen. Bovendien zat ik nog steeds min of meer op de Via Dinarica.

Het boerengezin dat me mee naar hun huis had genomen bestond uit twee kleine jongens, Ilija en Milija en hun vader en moeder, Vesko en Persa. Ze woonden in een klein huisje middenin het uitgestrekte Sinjajevina waar hun stieren en koeien liepen te grazen. Ze maakten natuurlijk kaas en yoghurt die ze verkochten aan restaurants. Toen we bij het huis aankwamen, gingen Vesko en Persa aan het werk. Ik belandde met de twee jongetjes op de bank.

De Sinjajevina familie
De Sinjajevina familie

Met een verlegen gezicht haalde de oudste van de twee een pakje kaarten tevoorschijn. Na een uitgebreide uitleg probeerde ik het spel volgens de regels de spelen, maar blijkbaar had ik niet goed opgelet. Ik maakte domme fouten en blerk vals te spelen. De jongens konden maar niet bevatten dat ik slechts enkele woorden begreep. De getallen.

Koffie dan maar en Milija maakte behendig het vuur aan. Zorgvuldig zette hij de koffiepot op het fornuis. Deze negenjarige kon betere koffie zetten dan ik. Geduldig legde hij me uit hoe ik de suikerklontjes bij mijn koffie hoorde te eten, want ik maakte er een potje van.

Het tweetal kwam langzaam los en begonnen grapjes te maken. Ik wist niet of ik wel mee moest lachen, misschien zaten ze me belachelijk te maken. Maar hun geschater werkte op mijn lachspieren en ik had geen zin om me in te houden. Toen ik terug kwam van een bezoekje aan het toilethok, hadden ze een “Mens erger je niet” bordspel op tafel gelegd. “Ha, dat snap ik tenminste”, dacht ik opgelucht en begon enthousiast mijn fiches op de daarvoor bestemde hokjes te leggen.

Hoewel onze regels een klein beetje verschilden, was het een stuk makkelijker dan kaarten. Ze hadden de grootste lol wanneer ze mij van het bord afgooiden. Dit leek hun voornaamste doel te zijn. Helaas voor hen, ben ik erg goed in Mens erger je nieten en won ik dan ook glansrijk het eerste potje.

Het huisje van de Sinjajevina familie
Het huisje van de Sinjajevina familie, volgende morgen straaalend weer!

Ondertussen waren alle koeien op stal en werden de emmers melk naar binnen gedragen. Geroutineerd werd de melk door een doek heen gegoten, het kaasgoedje toegevoegd en de werd rest in een grote pan op het fornuis gezet. Na het avondeten, brood met kaas, een enorme lenteui en een glas verse, warme melk werden de banken tot bedden omgetoverd.

Ik kreeg de grootste slaapbank en de jongens kropen samen onder een deken. Ik stond er op dat moment niet zo bij stil, maar het is toch zo’n onvoorstelbaar ander leven. Met zijn vijven sliepen we in de woonkamer die ’s nachts slaapkamer werd. Het toilet was ern hokje naast de koeienstal en water moest een paar kilometer verderop gehaald worden.

De jongens waren vrolijk en lief voor elkaar. Het gezin leek geoeg te eten te hebben, maar ik kan me niet goed voorstellen hoe het in de winter zal zijn. Onbereikbaar met de auto door de sneeuw, nagenoeg onbewoonbaar door de kou. Hoe gaan die jongens naar school? En hoe brengen ze hun kaas en yoghurt naar de stad?

In de zomer heeft het nog iets romantisch. Ik vind het mooi om simpel te leven, maar voor mij is het een keuze. Geen noodzaak. Ik weet bovendien dat als ik een beetje doorloop, een warme douche binnen twee dagen te bereiken is…


Geef een reactie