Tussen de velden

Na regen komt zonneschijn en bergen komen velden. Velden met boerderijen en dorpen in valleien met weggetjes en watertjes. Het landschap verandert, de hoge bergen liggen achter me en ik loop de vlakte tegemoet.

Grotere huizen, grotere dorpen en grotere auto’s met Duitse en Zwitserse nummerborden. De trail is een pad geworden of zelfs een weg. Een mooie, oude in onbruik geraakte stenen weg. Een weg waar de dure Zwitserse auto’s niet komen. Ik ben nog steeds alleen, maar ik zie steeds meer tekenen van beschaving.

Op de velden tussen de dorpen groeien aardappelen, pompoenen en van alles dat ik als gewas niet herken. Gesneden op mijn bord kan ik alles benoemen, maar in de grond is het voor mij een raadsel wat wat is. Jep, stadsmeisje… Langs de velden wemelt het van de bloemen, wilde bloemen. Klaprozen zijn mijn favoriet. En boterbloemen, ranunkel.

Het vlakke doet me aan Nederland denken, behalve dan dat de valleien hier 900 meter hoger liggen, ik geen machines op het land zie en geen snelweg hoor. Ik mis Nederland. Ik mis het vertrouwde, het bekende en het eigene. Hela, brok in mijn keel.

Als ik aan Nederland denk, denk ik aan fijne fietstochtjes, aan het burgerlijke en aan velden. Nette velden zonder bergen. Andere velden, maar toch. Velden. Misschien komt het doordat ik talloze malen van Amsterdam naar Utrecht ben gefietst dat dat voor mij Nederlandse natuur is. De natuur dichtbij huis. De velden.

Rustig wandel ik door met het eindpunt in zicht. Ik rust een kwartiertje voordat ik naar mijn slaapplaats doorloop. Dit heb ik van de Franse Matthieu geleerd. De tijd nemen, je eigen tijd. Vlak voor het einde van een etappe een extra pauze. Een dutje doen of een hoofdstuk lezen. Gewoon omdat het kan. Hoofd leeg en genieten van waar je bent.

Tussen de velden


Geef een reactie