van Stap naar Ždrilo

Verkreukeld word ik wakker. “Good morning!” Zegt mijn opgewekte huttemaatje Davorin uitgeslapen wanneer ik mijn ogen open doe. “So, you’re not eaten by a giant puh..” “Hmm.” Knor ik, terwijl ik de slaap uit mijn ogen wrijf.

Het is de derde ochtend op rij dat ik me belabberd voel. Hoe kan dat nou, ik ben de hele dag buiten. “Are you allergic?” Vraagt Davorin. “Uhh oh yeah. To dusk and these little animals that live in matrasses.” Terwijl ik hem antwoord begrijp ik waar mijn ochtendsnotneus vandaan komt. Ik ben allergies voor de stoffigheid in de shelters. Gelukkig betekent dat ook dat het gedurende dag over gaat.

Spullen pakken, ontbijten, water checken en hop op pad. Ik heb geen zin om rond te blijven hangen, ik heb een lange dag voor de boeg en ik wil mijn brakke gevoel er zo snel mogelijk uit lopen. Davorin is net zo vlot, binnen een uur nemen we afscheid en beloven we elkaar te mailen. En als ik nog een keer in Zagreb kom, moet ik hem absoluut bellen. “I will! Nou chiao!”

Tot nu toe loopt de Velebitski planinarski put veel meer door de bossen dan ik had verwacht. Het zijn mooie bossen die net als bij Crnopac bezaaid zijn met witte rotsblokken. Het pad slingerd en gaat op en neer. Geklauter afgewisseld met lekker makkelijke bruine bospaadjes. Het is herfst aan het worden. De bomen veranderen van kleur en ik kom allerle bessen en andere bosvruchten struiken tegen. Helaas weet ik niet welke eetbaar zijn.

Wanneer ik op een rotsgraatje aankom, zie ik tot mijn teleurstelling dat de wolken me al het zicht ontnemen. Het is nog steeds niet echt koud, maar er staat wel een lekker windje. Ik vraag me af of die wind hier ooit gaat liggen. Velebit vormt de grens tussen het Dalmatische kustgebied en het binnenland, waardoor er een zeker microklimaat heerst. Velebit bakent als het ware de kustcultuur af. Erboven is alles anders.

Een natuurlijke scheidslijn van zowel geografische als nationalistische betekenis. Velebit is Kroatiës trots. De enige (of in elk geval grootste) bergketen die volledig en alleen in Kroatië ligt. Het is dan ook een must voor de Kroatische mountaineer om de Velebitski planinarski put op zijn minst één keer volledig te lopen.

Het mooie van de Via Dinarica is dat al deze reeds bestaande, betekenisvolle trails zoals de Velebitski planinarski put met elkaar verbonden worden. In Kroatië is de mountaineerscultuur duidelijk merkbaar aan de hoeveelheid locale bergsporters die ik in de verschillende secties tegen kom. Er zijn tradities, gebruiken, gewoontes die voelbaar geschiedenis hebben. Mooi om te zien en te ervaren.

Vandaag geen topjes, zonder uitzicht vind ik er niet veel aan om op en neer naar een peak te klimmen. Stiekem komt het me wel goed uit, want hoewel het een goed onderhouden pad is, vraagt het terrein de nodige aandacht. Mijn voeten moeten hard werken.

Op het moment dat ik vaststel dat het oh zo goed gemarkeerd is en ik blij ben dat ik me niet met het navigeren bezig hoef te houden, verandert dit volledig. Eerst hebben wilde zwijnen het pad compleet omgewoeld, maar het is nog wel duidelijk waar ik heen moet. Terug in de bossen raak ik het spoor bijster. “Ben ik verkeerd gelopen? Nee. Hmm, dit stuk is blijkbaar aan de kettingzaag ontglipt.” Met moeite vind ik ergens een rode streep op een steen, maar als ik om me heen kijk zie ik niets anders dan stuiken (prikkelstruiken), bomen en stenen. Geen pad te bekennen. Nou had ik best mijn weg kunnen banen door dit stukje wildernis, maar na een half uur ploeteren had ik er genoeg van. Dit vind ik gewoon niet leuk. Een stukje terug was een splitsing dus ik besluit het zekere voor het onzekere te nemen en een andere route te proberen.

Inmiddels loopt het al tegen vijven en ik heb nog steeds een flink stuk te gaan. Doordat de Šugarska Duliba shelter ontmanteld is en ik een beetje huiverig ben voor kamperen in dit berenrijk, ben ik doorgelopen naar de volgende shelter, Ždrilo. Of nou ja, op weg. Halverwege.

De onzekerheid of de route wel een route blijft en het pad wel een pad, kost energie. Los daarvan is de boel wat overgroeid en liggen en hier en daar omgevallen bomen waardoor mijn klauterskills wederom worden aangesproken. Achter me hoor ik de wolken rommelen. “Jaa, ik heb jullie wel gezien, stil nou maar.” Maar ze luisteren niet naar mij en ze beginnen te donderen.

Altijd hetzelfde liedje. Wanneer de tijd begint te dringen, wordt het terrein moeilijker, raak ik de weg kwijt en zit de onweer me op de hielen. Op zulke momenten raas ik door. “Nu even doorzetten”, maar eigenlijk heb ik dorst, honger of moet ik plassen. Als ik uiteindelijk word ingehaald door het weer en ik er toch echt mijn regenjas bij moet pakken, sta ik stil. Een beschut plekje zoeken en afwachten. Onderweg heb ik verschillende plekken gezien waar ik in geval van nood mijn tent op kan zetten. Let wel, alleen in geval van nood. Vooralsnog lijkt het erop dat dit slechts een overtrekkende bui is. Die kan ik aan.

Zoals ik wel vaker heb geschreven, krijg ik soms het idee dat het weer een spelletje met me speelt. Wanneer ik angstig word, gooien de weergoden er een paar bliksems tegenaan. Mijn overmoed wordt met de grond gelijk gemaakt met huiveringwekkende wind en wanneer ik me overgeef, mijn plaats in het geheel erken, klaart het op.

Vechten heeft geen zin. Uiteindelijk is en blijft het een gevecht met mezelf. Waarom zou je vechten met iemand waarvan je niet hoeft te winnen? Zelfs al zou het om óverwinnen gaan, het overwinnen van angsten bijvoorbeeld, dan nog denk ik dat vechten geen zin heeft. Vechten is niet de oplossing voor mij.

Het was inderdaad slechts een bui. Een stevige bui. De volgende anderhalf uur loop ik gestaag door. Rustig en geconcentreerd. Ik heb het zwaar, maar ik heb vertrouwen. “Wat is het ergste dat er kan gebeuren? Uhhh, niet aan denken” en ik reken af met mijn angsten. Voor nu.

you should know by now
you should know by now that I just don’t care
for what you might say
might bring someone downhill

I’m sending my condolence
I’m sending my condolence
to fear
I’m sending my condolence
I’m sending my condolence
to insecurities
– Benjamin Clementine


One thought on “van Stap naar Ždrilo

  1. Th Smeele Beantwoorden

    Ik blijf je bewonderen elke dag dat lopen en gaat het nog steeds goed op je vijf vingers schoenen.
    hoe veel km moet je nog voor je er bent. begint de winter daar niet vroeg en kun je dan toch nog lopen.
    Kus oma.

Geef een reactie