De jongen zonder jas

Met een katoenen schoudertasje waar oneindig vaak met felgekleurde letters “Hawaii” stond geschreven, komt hij een beetje verward binnenlopen. Het is alsof hij ergens naar opzoek is. Hij kijkt om zich heen, draait een rondje en gaat vervolgens zitten. Ik knik hem gedag en ga verder met mijn eigen bezigheden. Kaarten bestuderen.Het is lekker warm in de eetzaal van planinarski dom Zavižan. Voor alsnog zijn we met zijn tweetjes, de jongen met het Hawaii tasje en ik. Het is misschien net 14.00uur geweest, ik ben vroeg gestopt met lopen. De wolken hangen laag en buiten is het koud. Guur herfstweer. Het is tijd om een plan te maken. Een plan en een planning voor de laatste etappes van Kroatië.

Als ik op kijk, zie ik de jongen weg lopen. Naar buiten, de wolken in. Het Hawaii tasje over zijn schouder, gekleed in slechts een korte broek en t-shirt. Zijn outfit doet bijna net zo Hawaiiaans aan. De korte broek en t-shirt kloppen vandaag niet. Vandaag lopen alle mensen in buffs en mutsen, kleurige regenjassen en warme donsjassen. Deze jongen valt op. Ik kan het niet helpen dat ik me zorgen maak.

De eetzaal loopt vol met dagjesmensen. Zaterdagjesmensen. Ze bestellen bier en beginnen de tafel vol met hapjes te zetten. Worst, kaas, spek, brood, ui en nog meer vlees en ander etenswaar wordt uitgebreid uitgestald. Zelf knabbel ik wat nootjes weg, de hele zak. Het ge-eet van de dagjesmensen maakt me hongerig. Ik heb geen vers eten meer. Ik ben al bijna tien dagen boven, dus mijn tas heeft me slechts droogvoer en andere lang houdbare snacks te bieden. Hmpfff.

“Can I sit here?” Hij is er weer, de jongen zonder jas. “Sure.” En ik schuif mijn spullen aan de kant. Zijn armen zijn rood en hij haalt een paar keer flink zijn neus op. Blijkbaar toch niet immuun. “Where is your jacket?” Ik kan het niet laten om ernaar te vragen. “I don’t have one.” Hij wijst ondertussen op zijn Hawaii tasje. “This is all I have. My luggage was not on the airplane.” Hemeltje. Hij heeft helemaal niets behalve de kleren die hij aan heeft. Ik heb duizend vragen, maar ik vind het wel mooi als hij zo mysterieus blijft en ik de antwoorden er zelf bij kan fantaseren dus ik ga er niet op in.

De jongen zonder jas is net even omhoog gerend. Dat is zijn tactiek. Rennen naar een topje, opwarmen in de hut, volgende topje en weer opwarmen. Niet te ver, niet te hoog. “Yeah well, I could go back home or I could try how far I get without luggage.”

Morgen gaat hij naar Paklenica, daar omhoog naar wat topjes en naar de hut. Daarna koerst hij naar Knin waar hij de groetjes aan Marina moet doen als hij toevallig langs caffe bar A3 komt. Ik kom erachter dat hij van hardrock en metal houdt. Een glimlach.

Ik heb bewondering voor hem. Hoewel hij in eerste instantie een verwarde indruk maakte, zie ik nu dat hij eigenlijk heel rustig is. Hij past zich aan de omstandigheden aan, maar blijft doen wat hij graag wil. Ik vind het mooi.

Als we naar buiten kijken, zien we dat het is opgeklaard. De zee is tevoorschijn gekomen. “Wow, the sea! I have to go up one more time… Bok bok.” “Chiao chiao!”


Geef een reactie