Ik ben vies

Mijn loopneus veeg ik af aan mijn mouw. Mijn haar zit in een knot die zonder elastiek ook blijft zitten. Ik heb het koud, maar ruik zweet. Mijn eigen, oude zweet. Zwarte randjes onder mijn teennagels, modder

op mijn broek en haar op mijn benen. Ik kan me de laatste douche niet meer herinneren. Uhh, ja. Ik ben vies.

Ik wilde van Velebit naar Samarske Stijene, maar een Franse vader en zoon nodigde me uit voor een lunch in Krasno. In het restaurant werd ik bang van mijn viesheid. Hun gids, de man met de sleutel nam me mee naar Apatišan Kuče, een clubhuis ban de lokale bergsportvereniging. De bus bracht me naar Otočac, een doodlopende weg. Volgende bus ging weer terug.

Ik ben moe. En vies.

Terug naar de kust, naar Senj. Op naar een douche, maar eerst wil ik slapen. Een nachtje meer of minder vies maakt niet meer uit. Vies is vies en onder de douche word je schoon. Morgen.


2 thoughts on “Ik ben vies

  1. Th Smeele Beantwoorden

    En ben je nu schoon en voelt dat beter.
    Je blijft je zelf ruiken lijkt me niet leuk,maar ik denk dat je het wist dat je dat zou overkomen.Tenslotte wandel je in de bergen.. wandel lekker verder. Liefs oma

    1. EVAdinarica Project Beantwoorden

      Ik ben heerlijk schoon, wat een feest 🙂 Alleen nu ruik ik mijn kleren… Haja, in de bergen mag ‘t!

Geef een reactie