Dakloos, trekker of zwerver?

“Hey, een fietser!” Nieuwsgierig lopen Arne en ik de paalkamperplaats bij Avelingen op. Naast een klein tentje staat een tourfiets met twee Ortlieb fietstassen. De tent staat open en her en der liggen wat spullen, maar van de fietser is geen spoor te bekennen.

Twee dagen heeft Arne, een vriend uit Amsterdam, me vergezeld. Na twee dagen druk babbelen over onze avonturen van afgelopen jaar is er plotseling bij het aantreffen van deze geweldige kampeerplek en einde gekomen aan ons samenzijn. Arne moet terug naar Amsterdam en ik heb mijn slaapplaats gevonden. Nog even een voetenfoto, spullen omwisselen en verhip, daar is de fietser!


Een man met een onsamenhangend, maar vrolijk verhaal begroet ons met een half liter blik bier in zijn hand. Deze Martijn bleek een rondtrekkende Brabander te zijn. Met zijn fiets tourt hij er lustig op los, maar een doel heeft hij echter niet. Hij zwierf gewoon wat rond. Ik probeerde bij Arne te checken wat hij van de situatie vond, maar het feit dat hij mij hier achter durfde laten, zei in feite genoeg. Ik had niets te vrezen van mijn buurman.


Toen ik Martijn vroeg waar hij woonde, bekende hij dakloos te zijn. Openhartig biechtte hij op dat er één tas vol eten en de andere vol met bier zat. Ondertussen frutselde hij wat aan een hengel waar hij mee hoopte een vis voor op de BBQ te vangen.


Een dakloze die met een tourfiets zijn ware aard probeert te verhullen. Zijn fiets geeft hem een alibi om rond te zwerven. Hmm. Wat is eigenlijk het verschil tussen hem en mij? Behalve dat ik te voet ben en ik niet zoveel bier kan tillen, trekken we allebei met dat wat we nodig hebben, rond. We genieten van het buiten zijn, het buiten leven en we slapen in een tent. Dat is voor ons voldoende. Of toch niet?


Wandelen of hiken is een sportieve bezigheid, het maakt je een avonturier wanneer je te voet met een grote rugtas door het land trekt. Je hebt een doel en een bepaalde levensstijl. Dat onderscheid je van de dakloze of de zwerver die uiteindelijk niet zonder z’n biertje kan. En het feit dat het een bewuste keuze is, dat je vrijwillig voor je plezier loopt speelt ook mee. Je kan terug wanneer je wilt.


Martijn was een beetje een tussengevalletje. Een zeeman die ervoor koos om op het land te blijven. Iemand die het benauwd krijgt tussen vier muren, die met weinig toe kan, maar wel degelijk een verslavingsprobleem heeft.


Na een uurtje kwam Martijn met kletsnatte voeten terug van het vissen. Zonder vis helaas. Desalniettemin stookte hij een vuurtje (want dat mag op een paalkamperplaats), gooide er flink wat spiritus overheen en zette zijn schoenen te drogen. Ondertussen scharrelde hij wat rond in zijn tent, fabriceerde een bankje van takken (waar ik later doorheen zakte) en vertelde honderduit over zijn snode maniertjes om de boswachters van Staatsbosbeheer om de tuin te leiden.


Plots rook ik iets. Iets rubberigs, verbranderigs. “Martijn je schoenen staan ik de fik!” riep ik uit. Serieuze vlammen krulde zich om de sneakers. Om ze beter te laten drogen had hij een boek aan flarden gescheurd er zijn natte schoenen mee volgepropt… Geen redden meer aan. Het rubber smolt in rap tempo aan alle kanten weg. Gelukkig was het donderdag, dus moesten de winkels in Gorinchem tot 21 uur open zijn. Vlug sprong hij op blote voeten op zijn fiets en sjeezde, met een half liter blik in zijn hand, weg.

Ik heb hem niet meer terug gezien, maar toen ik de volgende ochtend vertrok, stond zijn fiets keurig tegen de boom naast zijn tent geparkeerd.

Langs_de_Waal_pelgrimspad
Bij gebrek aan een foto van Martijn of van de paalkamperplaats, een foto van trekkende Eva

Geef een reactie