​Saarweinwanderweg en de Caroline-test

Langs de rivier, het voelt als een tussenstuk. Een stuk dat ik moet overbruggen voordat ik weer verder ga. Natuurlijk is dat niet zo, ik ben evengoed aan het lopen. Alleen niet door de natuur. Niet echt. Nou ja, een beetje, maar met een snelweg ernaast. En niet op een wandelpad, niet echt nee. De Saarweinwanderweg is een route langs de Saar, met wijnranken op de steile hellingen langs de rivier. Is het mooi Mwah, het eerste stuk wel en ach, met een zonnetje is alles mooi. Is het een wandelpad? Mwah, zelfs met een zonnetje blijft het een asfaltweg. Met wandelbordjes.

Tijdens iedere tocht heb je wel zo’n stuk. De groene weg naar de Middellandse zee ging dwars door de graanschuur van noord Frankrijk. Tot twee keer toe ben ik tijdens een fietstocht op de Povlakte in Italië belandt en tijdens mijn fietstocht naar de Zwarte zee was de Donau in Roemenië ook zo’n typisch tussenstuk. Het hoort erbij. Op de fiets is het echter nog te overzien. Te voet is het anders. Ik geloof dat je dan een bepaalde mindset nodig hebt.

Saarland_kaart
Links op de kaart zie je de Saar met een dikke weg ernaast. Het eerste stuk was heerlijk, maar vanaf Merzig raad ik niet aan dit stuk te lopen. Fietsen daarentegen zou ik zo weer doen. Lekker doorkarren 😉

Vorig jaar, toen ik de Via Dinarica liep, heb ik meerdere van dit soort tussenstukken gelopen. De Gospa Sinjska Staza van Bosnië en Herzegovina naar Sinj in Kroatië en daarop aansluitend het stuk naar de berg Dinara waren lange dagen over asfalt. Toch heeft het wel iets. Dagenlang simpel lopen. De ene voet voor de ander. Stap voor stap dichterbij je doel komen. Asfaltbeuken, noemde ik het toen. Eentonig, vlak en net iets te lang, maar je verbindt de ene plek met de ander. Je doorkruist een gebied, een regio, een land. De pieken en de dalen.

Het geeft me een vreemd, maar fijn gevoel van berusting. Een soort pauze terwijl je doorloopt. Pauze van het route zoeken, van het terrein scannen, van de trail. Een doorgaan modus. Tergend langzaam, maar op zijn eigen manier fijn. Het geeft me voldoening.

Shadowfun
Need to say more?

Terug naar de Saar

De eerste dag was afkicken van de bossen en het mooie Mullerthal, maar na eenmaal besloten te hebben niet de Moesel, maar de Saar te volgen, (zie mijn vorige blog, Van het Mullerthal naar de Moesel en de Saar) kon ik echt wel genieten van het vlakke pad langs de wijngaarden. De tweede dag was schitterend. Heerlijk lantefanteren langs de rivier. Met een zonnetje op mijn bol en mijn wandelstokken aan mijn rugzak gebonden, het water afspeuren naar pasgeboren drijfseisies. Hier en daar een onverharde weg en aan het einde van dag een mooie bivak. Een stukje gras langs het pad, maar absoluut goed genoeg. Ik doe altijd de Caroline-test.

Caroline is een vriendin die me af en toe komt vergezellen tijdens mijn tochten. Kamperen is niet haar grootste hobby, maar zo eens in het jaar durft ze het aan. Met mij. Als ik hier met Caroline zou zijn, zou ik dan ook hier de tent opzetten? Dat is de test. Natuurlijk voel ik me verantwoordelijk voor haar, zonder mij zou ze zich waarschijnlijk nooit in dergelijke situaties begeven. Maar omdat het eigenlijk stom is dat ik me voor een ander meer verantwoordelijk voel dan voor mezelf en omdat ik me ervan bewust ben dat ik voor mezelf net zo goed zou moeten zorgen als voor Caroline, doe ik zo nu en dan de Caroline-test. De Saarbivak doorstond de test. Ja, hier zou ik het ook met Caroline aan durven om te blijven slapen.

Caroline_proof_bivak
Caroline-proof-wildkamperen 😉

Of de Saarweinwanderweg de Caroline-test zou doorstaan betwijfel ik, maar dat heeft er meer mee te maken dat wanneer je maar één weekje gaat lopen, het niet leuk is om vier dagen, lange dagen, langs een rivier te lopen. Ik daarentegen, heb alle tijd. Daardoor kan ik switchen naar een tussenstuk-doorloop-mindset. Me overgeven aan de eentonigheid en er bovendien van genieten.

De derde dag begon wederom stralend. Enorm fijn! Voor mij is dit het beste wandelweer, rond de twintig graden, klein windje en machtig mooie wolkenluchten die zo nu en dan een schaduw of een buitje geven. Het hoeft voor mij niet strak blauw en bloedheet te zijn. Wolken zijn geen probleem, maar wanneer de lucht slechts grijswit is, zonder kleurverschil of wolkcontour, dan voelt het ern beetje alsof alles verloren is. Geen hoop op betere tijden. Bovendien slaan landschappen dood wanneer je ze probeert te fotograferen. Nee, geef mij dan maar dreigende luchten, donkere wolken en af en toe een bui. Als er maar beweging in zit.

Fijn_wandelen_met_muziek
Fijn, fijn fijn! Nu nog strak blauw…

Bij Merzig ontmoette ik meneer de snelweg. Wat een druktemaker. De Saarweinwanderweg was verdwene en ik kreeg er een breed fietspad voor in de plaats, de Saarradweg. Met muziekje in mijn oren om mezelf (en mijn voeten) af te leiden van het harde asfalt en de drukke snelweg boven me, liep ik nog steeds vrolijk door.

Een tevreden mens

Rond zessen liep ik een dorp in om mijn water te vullen en ontmoette daar Louise. Louise had net haar gras gemaaid en bood me een na een kort praatje een plekje in haar tuin aan. Omgeven met de geur van net gemaaid gras, bracht ik de rest van de avond voor m’n tent in Louise haar tuin door.

Bij het ontbijt leerde ik Louise kennen als een lieve, tevreden vrouw. “Ik heb niet veel geld, maar ik ben een tevreden mens. Ik heb geen bijzonder leven, altijd hard gewerkt, maar ik heb een fijne jeugd gehad en een mooie dochter gekregen.”. Louise heeft haar hele leven in hetzelfde huis gewoont. Hoewel haar man is overleden en ze hem mist, kan ze genieten van het alleen zijn. “Ik kan doen wat ik wil. Ik hoef niets, moet niets. Ik mag mijn leven leven zoals ik wil. En ik ben tevreden met hoe ik nu leef. Dan is het toch goed?” Jazeker. Ik denk dat dat zeker goed is. Wat een mooi begin van de dag.

Tuin_fremersdorf_duitsland
Louise in haar tuin

Dag vier begon de Saar wat te vervelen, het geluid van auto’s hing me behoorlijk de keel uit én ik voelde mijn voeten. Oja, asfalt is misschien wel fijn voor de kuiten, maar mijn voetjes hebben het te verduren. Veel pauzes dan maar. Ik heb altijd wel een smoesje om veel te pauzeren, I know.
De test

De zon verdween, de onverharde paadjes verdwenen en de wijnranken had ik inmiddels ook achter me gelaten en de snelweg kroop nog iets dichterbij. De Saarradweg veranderde in de Saarindustrieweg. Naarmate ik dichterbij Saarbrücken kwam, nam de dichtheid van ongezellige joekels van fabrieken toe. Het voelde als een test.

Gaat ze het volhouden of niet? Iedere zoveel kilometer was er wel een treinstation of bushalte. Smokkelen zou zo makkelijk kunnen. Waarom ook niet? Ik hoef toch niets te bewijzen? Maar nee, ik wilde zelf graag doorlopen. Aaneengesloten mijn weg door Duitsland banen. Waarom? Tja, wat is dat nou, waarom?

Ik werd steeds jaloerser op de fietsers die me in grote getalen voorbij kwamen peddelen. Allemaal met helm en sportieve fiets outfit. Op z’n Duits. Ik kreeg veel vreemde blikken, “waarom fiets je niet”, vroegen een paar mensen. Ja, waarom niet? Nou, omdat ik geen fiets heb. Die staat nog in Sarajevo! Ik zou verdorie nu heel graag willen fietsen, maar ja. Helaas.

Fietsparadijs
Fietsparadijs

Wanneer ik medelijden met mezelf begin te krijgen gaat het altijd regenen. Dan denk ik dat de wereld om mij draait en dat de weergoden, of gewoon God, mij een lesje wil leren. “Stel je niet zo aan, het kan allemaal nog veel erger….” Regen dus. Geen probleem, ik loop door. De regen versterkte dat troostzeloze, treurige rivier-industrie-gevoel. Ondertussen ontwikkelde ik een speciaal talent waarmee het me lukt om altijd aan de meest ongezellige kant van Saar te lopen. Steek ik een brug over, dan is het aan de kant die ik zojuist verlaten heb ineens groen. Niet alleen de weergoden, maar ook de natuur is tegen mij. Pffff. 

Van kwaad tot erger

Terwijl ik naar een slaapplaats aan het speuren sloeg, overviel me een vervelend, beklemmend gevoel. Unheimisch. Overal waren mensen. Hardlopers, hondenuitlaters,  naar eetbare planten zoekende ouderen die met plastic emmers langs de bomen en struiken liepen om ze kaal te plukken en hangende jongeren. Sportieve mmensen die uit hun werk kwamen fietsen, minder sportieve mensen op scooters, er kwam zelfs een auto langs. Een drukte van jewelste.

Onophoudelijk lawaai van auto’s en treinen en vieze, stinkende fabrieken. De dorpen werden stadjes die met elkaar vergroeid leken. Meer bebouwing, meer mensen, meer afval. Waar kan ik in hemelsnaam mijn tent opzetten? Steeds wanhopige liep ik door. Tot nu toe heb ik me nooit zorgen gemaakt of ik wel een plekje vind. Het is meer een kwestie van, wat is de beste plaats.

Stap_five_fingers
Stap voor stap en niet op je GPS kijken!

Op mijn GPS zag ik een strook groen, maar toen ik daar aan kwam, bleek deze in beslag genomen door wat zuipende gasten. Ze keken me vijandig aan. Het is al goed, ik loop wel door. Een stukje verder stond een auto onder een brug geparkeerd. Hè is dat die auto die me zojuist inhaalde (op een fietspad waar echt geen auto’s horen te komen). Tegelijkertijd komt er nog een auto aan. De deur gaat open, ik word gespot en de deur gaat dicht. Drie rokende mannen kijken me vanuit de donkere auto aan. Het is al goed, ik loop wel door. Bah.

Bus?

Dan maar het stadje in. Bous. Ik liep langs de weg in de hoop iets gezelligs tegen te komen, maar het was één grote, grauwe boel. Bij een bushokje ging ik zitten. De zon was al onder. Het is nog even licht, wist ik, maar ik móét nu echt een slaapplaats vinden. Pffff. De dichtstbijzijnde camping was in Burbach, dat is nog ruim 10 kilometer. Ruim. Ik keek op mijn GPS en ziag dat ik al 29 kilometer had gelopen. Hmmmm. Als er nu een bus naar Burbach komt, stap ik in. Ik bleef ongeveer een kwartier zitten. Geen bus.

Langs de weg

Ok, kiezen op elkaar en doorlopen. Ik liet de Saar even wat ze was en volgde de autoweg. Niet op je GPS kijken! Doorlopen. Vijf kilometer verder liep ik het volgende stadje in, Völklingen. Zowaar nog ongezelliger. Armoedig, onverzorgd en groezelig. Overal hingen groepjes mannen op straat. Jongens, het regent! Wat doen jullie hier?! Inmiddels was het donker. Straatlantaarns werkten gedeeltelijk. Harde muziek kwam uit auto’s en huizen. Nouja huizen, verloederde appartementen waar het verf vanaf bladderde, vuilnis op de balkons en graffiti op de muren.

Langs_de_weg
Nog ff doorbijten en niet op je GPS kijken!

Waar ben ik? Maakt niet uit, hoe kom ik hier weg?! was meer de vraag. Bij het busstation ontdekte ik dat de laatste bus een half uur geleden was vertrokken. Shit. Ik draaide me om en zocht de treinbaan. Op zulke momenten ben ik zo blij met m’n GPS. Tussen alle flats en al het andere lelijke hoogbouw kon ik niet eens de bovenleidingen ontdekken die de hele dag trouw aan mijn zijde hadden gelopen. Gelukkig stuurt mijn GPS stuurt me altijd de goede kant op.

Trein?

Ik had geluk, met drie minuten kwam de trein. Zonder een kaartje stapte ik in en vroeg een man bij welk station ik uit moest stappen voor de camping bij Burbach. Hij begon te lachen. “Is dáár een camping?” Hmmmm. “Wat heb je daar te zoeken?!” Hmmmm. Het klinkt mij een beetje als daar wil je niet dood gevonden worden in de oren. Ik vroeg hem wat er mis was met Burbach. De man keek om zich heen en probeerde het politiek correct te verwoorden. “Het is een problematische stuk, of plek.” Hmmmm.

Zo reageert nagenoeg iedereen, ik heb me laten vertellen dat in Burbach veel arbeiders wonen. Arbeiders die in de kolencentrales werkten tot deze gesloten werden. Nu heerst er grote werkeloosheid. En Völklingen is erg multicultureel, dat is hoe men het hier verwoord. Ik vermoed dat er veel vluchtelingen in dit gebied wonen, ik heb verschillende opvangcentra gezien en merkte dat ik niet de enige ben die zich in steenkolen Duits verstaanbaar probeert te maken. Een beetje achtergrond informatie helpt me om mijn ervaringen en dat unheimisch gevoel te kunnen plaatsen. Ik was niet bang, maar het voelde weldegelijk onprettig. Geen omgeving om zomaar ergens je tentje op te zetten, niet perse gevaarlijk, maar ongezellig, grauw en vervallen. Armoedig en vies.

Rups_saar
Bij gebrek aan een deprimerende foto van fabrieken en lelijke stadjes, een foto van een vreemde rups die ik bijna plattrapte..

De laatste kilometers

Of die man in de trein gelijk had of niet, ik had geen zin om daar in het donker naar een camping te zoeken die wellicht niet bestond. Dus liet ik me naar door de trein verder naar Saarbrücken brengen. De man was zo vriendelijk om me een stukje op weg te helpen, naar de camping. Ook hier reed geen bus meer, “maar” zei de man, “het is een aangenaam stuk om te lopen.” Wel ruim vijf kilometer, maar echt veilig, drukte hij me op het hart.

Dat klopte. Anders dan in Völklingen, voelde me ik hier absoluut niet ongemakkelijk. Ik hoefde alleen maar naar het zuiden te lopen en op een gegeven moment links. Met Caroline hadden we waarschijnlijk een hotel of jeugdherberg opgezocht, maar ik wilde, zolang ik me goed voelde, niet overbodig veel geld uitgeven.

De camping

De camping lag tussen verschillende grote wegen, verstopt achter een industrieterrein, waardoor het een raadsel was hoe je daar te voet zou kunnen komen. Met een enorme omweg over een donkere slingerweg weg, bereikte ik om half twaalf Campingplatz am Spichererberg. Precies op de grens met Frankrijk. Had ik nu maar een biertje! Maar nee. Ik moest het met een restje pasta van de vorige avond doen. Met meer dan 40 kilometer in de benen, plus het stuk het gesmokkelde stuk, kwam ik op een totale afgelegde afstand van 55 kilometer. Daarmee had ik plotsklaps het tussenstuk voltooid.

Volgens het campingregelement mocht er niet na tien uur ’s avonds gedoucht worden. Moe en bezweet kroop ik mijn tent in. Wat een dag.

Ik kan geen Saar meer zien en ik ga er nu voor zorgen dat ik zo snel mogelijk terug de natuur in kom.

Dag Saar, dag snelweg, dag trein, dag industrie en dag asfalt.

Vogels
Hallo vogeltjes!

5 thoughts on “​Saarweinwanderweg en de Caroline-test

  1. hunebedtrailer Beantwoorden

    Wat schrijf je mooi Eva. Ik ben geboeid van de eerste tot de laatste letter.

    1. EVAdinarica Project Beantwoorden

      Jeetje, dank voor het mooie compliment!

  2. Annelies Beantwoorden

    Ik geniet ook heel erg van je schrijfstijl. Persoonlijk, verhalend!

    1. EVAdinarica Project Beantwoorden

      Wat leuk om te horen!

  3. Pylger Andrys Beantwoorden

    Hoi Eva, tjonge je beleeft veel daar in Deutschland! Ik ben nu in het supercleane Luxemburg, we lopen een stuk GR-5 vanaf Stavelot en zijn nu in Stolzembourg, vlak onder Vianden. Morgen haalt iemand ons daar weer op, het is eeb beetje generale repetitie voor Ierland. Kijken hoe het is met regen, niet teveel kilo’s, wat kan thuis blijven enz. Tot nu toe zat regen gehad…. maar het wel heel gezellig gehad!

Geef een reactie