Slaapplaatsen kwartet op het laatste stukje Via Alpina

Mag ik van jou, uit de categorie “bijzondere slaapplaatsen in Slovenië”, het hondenhok? Thanks, mag ik dan ook de speelzolder? En het verlaten hostel? … Kwartet! Samen met de Romeinse ruïne bivak was het me een weekje wel. En dan heb ik het nog niet eens over de inmiddels relatief gewone tuin kampeerplekken. 

Tuinkamp, Podbrdo

In Podbrdo belandde ik in de tuin van de oude Miraslava die me verwelkomde met een kannetje mierzoete bosvruchten thee. De volgende ochtend zat ze met koffie op me te wachten. Nee, ’s morgens drink je geen zwarte koffie. Bela kava met suiker. Plus een dikke snee wit brood met boter. Margarin. Er werd me eventjes haarfijn uitgelegd hoe ik hoorde te ontbijten. Verder dan dat kwam ons gesprek niet, want ik weet me echt voor geen meter te redden in het Sloveens. Bovendien lijkt het Sloveens per plek te verschillen. Net nieuw geleerde woordjes begrijpen ze een paar kilometer verderop niet. Natuurlijk kan dat aan mijn uitspraak liggen, maar volgens mij is het zo dat er in Slovenië niet alleen verschillende dialecten of accenten zijn, per regio worden er totaal verschillende woorden gebruikt.

Vanuit Podbrdo liep ik omhoog naar Porezen, een wandeling door de donkere bossen naar een berghut met een prachtig uitzicht. Tijdens de afdaling kreeg ik een flashback naar de Pyreneeën, naar Baskenland. Groene grasheuvels met koeien en paarden. Opvallend is trouwens dat ze hier geen bellen dragen. Waarschijnlijk omdat ze meestal in een afgebakend gebied grazen. Baskenland vond ik prachtig, voor mij was het de aanloop naar de hoge Pyreneeën. Nu was dit Sloveense Baskenland de afloop van Triglav. Ook prachtig.

Kamperen_tuin_Podbrdo
Kamperen in de tuin, Podbrdo

Tuinkamp, Dolenji Novaki

Ergens miste ik een afslag en kwam op een weg terecht. Helaas. Of eigenlijk niet, want langs die weg lag een restaurant waar wat mannen bier zaten te drinken. Ik vond het wel een mooi dal om te kamperen, dus vroeg of ik mijn tent ergens kon opzetten. “Jahoor, bij mij in de tuin.” De man, Albin, zag mijn aarzeling en meldde dat zijn vrouw Alberta thuis was. “Het eerste huis rechts. Als jij nu gaat lopen, komen we tegelijk aan.” Toen ik arriverende stond er een biertje en een bord met eten voor me klaar. Brood met kaas en worst en augurken. Alles lokaal. Zelf ingemaakt, door de buurman geslacht en van de koeien een paar huizen verderop. Fantastisch lekker.

Na een verfrissende douche, een stevig ontbijt en een sterke kop Turkse koffie begon ik fris en fruitig aan de klim. Het viel me zwaar, waarschijnlijk door die vier kilo extra eten die Albin en Alberta me hadden mee gegeven. Appels, nectarine, yoghurt, brood, kaas, paté. Weigeren zat er niet in. De enige oplossing was alles zo snel mogelijk opeten. Boven op het topje vond ik een houten, tja wat was het eigenlijk? Een kabouterhuisje. Een paal met een deurtje waar achter zakdoekjes en een fles rakija lagen. De glaasjes hingen aan een haakje en in een klein gleufje kon je een euro stoppen. Geweldig mijn lunchplek gevonden.

Kamperen_tuin_Dolenji_Novaki
Kamperen in de tuin, Dolenji Novaki

Hondenhok, Idrija

Na een relatief lange dag over relatief veel onverharde wegen, kwam ik relatief laat in Idrija aan. Relatief, want doordat de hoogteverschillen steeds kleiner worden, de dagen minder lang en er nog altijd meer wandelpad dan weg is, valt het, wanneer je de getalletjes in perspectief plaatst, allemaal wel mee. Desalniettemin kwam ik in het donker aan. In het donker een slaapplaats zoeken is niet fijn, maar zeker niet onmogelijk.

Ik meende me te herinneren dat iemand, een Sloveen (die van het terras en de leenauto), gezegd had uiteindelijk in Idrija te willen gaan wonen. Ik had me daardoor een lieflijk, rustig stadje voorgesteld. Een ideale plek om je oude dag door te brengen. Ofwel de Sloveen heeft een heel andere plek genoemd, of zijn idee van een fijne woonplaats komt niet overeen met de mijne. Er mag dan wel een kasteel, een park en een watertje met promenade zijn, het blijft een typische industrie stad. Stadje. Met gesloten koolmijnen. Waar was ik dat ook alweer eerder tegen gekomen? Oja, Völkingen. Duitsland langs de Saar.

Nu begin ik een beetje te overdrijven, want hoewel Idrija wat tegen viel, voelde ik me er absoluut niet onprettig. Sterker nog, de eerste beste persoon die ik aansprak haalde meteen zijn Engels sprekende dochter erbij. Kamperen was niet echt een optie, geen tuin, geen gras, alleen maar heuvelopwaarts groeiend bos. Peter, de man die had aangesproken, overlegde met zijn dochter Evelina. Evelina kwam met het geweldige idee dat ik in het hondenhok kon slapen.

Ja echt, een hondenhok. In het bos. Eigenlijk was het meer een kooi. Nadat de hond van Peter en Evelina was overleden, hebben ze het hondenhok in een hanghok omgetoverd. Een luie stoel, een tafeltje en een goede bier voorraad. Prima plekje dus.

Slaapplaats_hondenhok
Het hondenhok

Verlaten hostel, Idrija

Na een nachtje hondenhok, zocht ik een barretje in Idrija op om een beetje te WiFi-en. Op het moment dat ik daar binnen liep, begon het te regenen. Het is die dag niet meer droog geworden. Halverwege de dag kreeg ik een lift naar het hostel aangeboden. In eerste instantie wilde ik protesteren, maar bij nader inzien was dit een heel fijn aanbod. Het hostel lag ergens in de bovenstad en bleek redelijk onvindbaar zonder uitgebreide routebeschrijving.

Wellicht dat de locatie van het hostel maakte dat er niemand was. Zou kunnen. Het feit dat ze (op zaterdag) tussen twee en zes gesloten waren, hielp waarschijnlijk ook niet echt mee. Geduldig wachtte ik tot er iemand van de receptie kwam en checkte in. Wat een luxe. Een dorm voor mij alleen, een keuken, een warme douche, stroom en internet. Het hostel bleek een oud schoolgebouw te zijn. Als ik had gewild, had ik zelfs kunnen gaan gymen. Om tien uur sloot de receptie en was ik helemaal alleen. Heel vreemd. En een beetje spooky.

Buitenspeelzolder, Idrijski Log

Vanuit Idrija volgde ik de promenade langs het water tot een gemakkelijk te missen afslag de bossen in. Omhoog. Dit stuk bos is een rotzooi. Tweeënhalf jaar geleden was er een ijsstorm, dat wil zeggen, heel heel veel regen direct gevolgd door stevige vorst. Veel bomen zijn daardoor dood gegaan, omgevallen. Daar komt bij dat er een bomenziekte in Slovenië heerst. Bomen worden door een beestje (een parasiet-achtig geval) van binnenuit opgegeten, leeggezogen en eveneens dood achtergelaten. De enige oplossing is de dode bomen kappen. Dit maakt dat het bos een slagveld is. Overhoop gereden en leeggehaald. Blubber, traktorsporen en verdwenen paden en markering. Lang leve de GPS!

Met een ietwat dreigende lucht boven me bereikte ik een open vlakte. Een hoger gelegen vallei met een een klein dorpje. Idrijski Log. Met druilerig weer is het lastig om te pauzeren, alles koelt direct af. Zeker wanneer ik gezweet heb. Ik twijfelde, doorlopen of het voor gezien houden. Mijn twijfel bleef niet onopgemerkt. “Can I help you?” Uhmm…. “I’m not sure. Is it possible to camp here?” Een verbaasd gezicht, “but it’s going to rain…” Vervolgens loopt de jongen naar binnen en komt met de eigenaresse van het stuk grond naar buiten, Anita. Anita biedt me de zolder in het buitenhuis aan. Een speelzolder voor de kinderen. Met goed weer slapen ze buiten, maar vanavond mag ik mijn matje daar uitrollen.

Natuurlijk blijft het daar niet bij. Ik word uitgenodigd om een kommetje broccoli soep mee te eten en blijf vervolgens de hele avond kletsen. Soms klikt het op een natuurlijke manier. Deels door gemeenschappelijke interesses, maar ik denk dat er ook iets onduidbaars is. Een klik. Een golflengte, een gevoel, zelfs wanneer je een heel ander leven leidt. Hoe dan ook, heel erg leuk. Het helpt wanneer mensen Engels spreken, dan kan een gesprek echt ergens over gaan. Toch hoeft dat lang niet altijd zo te zijn. Met sommige mensen kan je uren kletsen, met anderen is één koffie genoeg.

Familie portret
Familie portret voor de speelzolder

Romeinse ruïne bivak, Hrušica

De volgende ochtend was het zonnetje weer aan mijn zijde. Een heerlijke wandeling door de heuvels bracht me bij Nanos. Vorig jaar eindigde mijn wandeling hier, nu was dit slechts het eindpunt van mijn Via Alpina traject. Op Javornik had ik dankzij de uitkijktoren een prachtig uitzicht over de bossen en de vallei waar ik vandaan kwam. Zelfs de Adriatische zee liet zich zien.

Het was nog ongeveer drie uur naar Predjama, op zich goed te doen, maar ik kwam halverwege geweldig goede kampeerplek tegen. In dit gebied, zo aan de voet van Nanos, zijn verschillende Romeinse ruïnes gevonden. In Hrušica is een klein museum én een restaurant met een tuin vol picknicktafels. Zo eindigde mijn laatste etappe van de via Alpina niet bij Predjama, maar bij een ruïne. Een Romeinse ruïne. Naast een eeuwenoude muur bivakkeerde ik terwijl een paar restaurant gasten me wijn bleven brengen. Heerlijke Sloveense witte wijn uit de regio, want verhip, ik zat zomaar in (of vlakbij) de Vipavska vallei.

Zo is het kwartet (plus twee bonus tuinkampeerkaarten) compleet. Evenals mijn Via Alpina tocht. Het is onvoorstelbaar dat ik iedere keer weer een bijzondere slaapplaats vind. Lieve mensen ik ontmoet. Mooi, bijzonder en grappig. Deels is het toeval of geluk, maar deels ook niet. Er zijn gewoon heel veel vriendelijke mensen. En heel veel plekken om te slapen.

Uitzicht_van_Javornik
Uitzicht van Javornik

One thought on “Slaapplaatsen kwartet op het laatste stukje Via Alpina

  1. Th Smeele Beantwoorden

    Wat een fijn verhaal weer, je maakt van alles mee wat het ook weer leuk maakt.Wie kan je dat na vertellen. Kus oma.

Geef een reactie