De voorbijganger

Ik lig al vroeg in m’n tent. Eerst om te schuilen voor de regen, daarna voor de wind. Terwijl ik me probeer te concentreren op een nieuw boek, hoor ik ineens voetstappen. Ze komen dichterbij. Een jongen in korte broek met een dagrugzak komt aangesloft. Echt energiek ziet ie er niet uit. Hij loopt zonder mijn tent een blik waardig te gunnen op de hut af. Die is dicht. Hij klopt. Niets.

“Hello” zeg ik vanuit m’n tent. Ik voel me een beetje ongemakkelijk, wat zal ik zeggen? Dat de hut dicht is ziet ie zelf ook wel. Het ziet er niet naar uit dat de jongen een tent mee heeft. Hij lijkt überhaupt niet veel mee te hebben. Wat doet ie hier? Behalve de dichte hut is er niets. “Oh hallo” zegt ie terug. Ik vraag of hij Engels spreekt, hij vraagt in het Engels of ik een tourist ben. “Ja zoiets, ik ben een wandelaar. En jij?” Hij denkt even na. “I’m a passenger” besluit ie dan. Interessante woordkeuze. Een voorbijganger.

Ga door met lezen van "De voorbijganger"

​”Alarm, alarm! Het melkpak moet gered worden.” “Hier is de centrale, we komen eraan!” “Wil je niet weten waar je heen moet?” “Oja. Waar moet ik heen?” Behendig klikt Kilian een snapper aan zijn broek en daalt met het touw in zijn hand de grashelling af. Zijn kleine zusje Theresa wil meehelpen. Ze mag aan het korte touw. Hand in hand glijden naar beneden waar het melkpak geduldig ligt te wachten.

Ga door met lezen van "De bergredding van Außerweger Alm"