De voorbijganger

Ik lig al vroeg in m’n tent. Eerst om te schuilen voor de regen, daarna voor de wind. Terwijl ik me probeer te concentreren op een nieuw boek, hoor ik ineens voetstappen. Ze komen dichterbij. Een jongen in korte broek met een dagrugzak komt aangesloft. Echt energiek ziet ie er niet uit. Hij loopt zonder mijn tent een blik waardig te gunnen op de hut af. Die is dicht. Hij klopt. Niets.

“Hello” zeg ik vanuit m’n tent. Ik voel me een beetje ongemakkelijk, wat zal ik zeggen? Dat de hut dicht is ziet ie zelf ook wel. Het ziet er niet naar uit dat de jongen een tent mee heeft. Hij lijkt überhaupt niet veel mee te hebben. Wat doet ie hier? Behalve de dichte hut is er niets. “Oh hallo” zegt ie terug. Ik vraag of hij Engels spreekt, hij vraagt in het Engels of ik een tourist ben. “Ja zoiets, ik ben een wandelaar. En jij?” Hij denkt even na. “I’m a passenger” besluit ie dan. Interessante woordkeuze. Een voorbijganger.

Ga door met lezen van "De voorbijganger"
Martinova Košara | Herinneringendingen en onweer in de tent

Het is gek om op precies dezelfde plek in precies dezelfde situatie te zitten. Twee jaar verstreken en er is geen steek veranderd. Zo lijkt het. Ik lig in mijn tent (precies dezelfde tent) en het regent pijpenstelen. Na onwijs lang wikken en wegen heb ik toch maar het zekere voor het onzekere genomen. Afwachten. In m’n tent, want de bivakhut, Martinova košara, is zelfs om een onweersbuitje uit te zitten een hoogst onaantrekkelijke plek. In de tijd dat ik alle andere mogelijke opties wel tien keer voorbij heb laten komen, had ik wellicht al in Uništa kunnen zijn.

Ga door met lezen van "Martinova košara"