Afgelopen dagen heb ik heel veel bos gezien. Heel veel. Eerder liep ik een stuk van de zuidelijke Pfälzer Jakobsweg, dat was een verademing na het oneindig lange stuk langs de Saar. Ik kon een route volgen en kwam geregeld in dorpjes, langs oude molens en andere idilische picknickplaatsen. Toch had ik een beetje het gevoel dat ik niet echt in het bos was. Niet op de echte bospaadjes. Nou, dat heb ik inmiddels goed gemaakt.

Ga door met lezen van "​Van de Pfalz naar het Zwarte Woud"

Ik lig in mijn tentje en luister naar het getik van de regen. Het regent pijpenstelen. In een hoosbui bereikte ik Bärenbrunnerhof, een Gasthaus met zeltplatz waar voornamelijk klimmers komen. Ik kende deze plek van vijf jaar (of zes) geleden toen ik met de ASAC een lang weekend in de Süd Pfalz ging klimmen. Voor drie euro mag je er je tent opzetten en voor heel veel meer geld kan je er een biologische maaltijd nuttigen. Tussen de stoere, breedgeschouderde klimmers ben ik slechts een wandelaar. Een doorweekte wandelaar.

Ga door met lezen van "Na zonneschijn komt regen"

Beteuterd sta ik naar het kaartenautomaat te kijken. Een treinkaartje terug naar waar ik vandaan kom, kost bijna 40 euro. Het is heet. Ik wil helemaal niet met de trein. Mijn broer en zus denken met me mee, misschien dat ze me naar een goede liftplek kunnen brengen? Het zweet drupt naar beneden. Ik wil helemaal niet liften. We dubben, overleggen, treuzelen totdat ik er genoeg van heb. “Ik ga lopen” kondig ik aan.

Ga door met lezen van "Met de benenwagen"

“Vlieg je morgen mee?” “Wat?!” “Morgen gaan we springen, er is nog een plekje voorin als Mitflieger.” Ik geloof dat ik het niet begrijp, krijg ik nou een pleziervluchtje aangeboden? Aarzelend antwoord ik dat ik absoluut niet wil springen. Iedereen mag me dan wel zo ongelooflijk moedig vinden, ik wil het niet riskeren mijn enkels te breken. Om me gerust te stellen, nemen de springers me mee naar het vliegtuig. “Wat een klein ding!” roep ik uit. Is dat wel veilig? denk ik bij mezelf.

Ga door met lezen van "In de wolken"

Afgelopen week heb ik een stuk van de Santiago de Compostela in Duitsland gelopen, de Saarländer en de Pfälzer Jakobsweg. Ik heb altijd gezegd dat het mij niets lijkt, naar Santiago lopen, dat ik liever trails dwars door de natuur, of beter nog, door de bergen loop, maar ik kan niet ontkennen dat de pelgrimsweg me ook nu weer een bijzonder gevoel geeft. Door me op deze oude, heilige weg te begeven hoor ik eventjes ergens bij. Dat ik in tegengestelde richting loop, maakt blijkbaar niet uit. Voor één weekje word ik ontvangen als een heuse pelgrim.

Ga door met lezen van "Jakob, twee vrouwen, het taartencafé en de oude molen. Pelgrimeren in Duitsland, zo doe je dat!"